Categorie archief: Herdenking

Indië-Herdenking 2017

Het was een bijzondere avond dit jaar in de Synagoge tijdens de Indië Herdenking. Vier persoonlijke verhalen namen ons mee naar een tijd die inmiddels 72 jaar achter ons ligt, althans qua tijd. Niet qua beleving voor hen die het meemaakten.

Burgemeester B.J. van Bochove begon de avond met een terugblik in zijn persoonlijke geschiedenis waarin het hem opviel hoeveel meer aandacht er altijd was voor de gebeurtenissen tijdens de WO-II in Europa en hoe weinig hij wist van de ervaringen van een familielid in Nederlands-Indië. Een schrijnende ontdekking.

Mw Elly König en mw Frida Bodisco lazen vervolgens de verhalen voor van mw H. Ch. Backers-Wöhe (1935) en mw C. C. M. Creutzburg-Westplat (1924). De herinneringen aan hun jeugd in Nederlands-Indië en vooral de verschrikkingen tijdens de bezetting door de Jappen en de Bersiap-periode erna staan voor altijd diep in hun geheugen gegrift. Hun verhaal deden ze tijdens een interview met mw Bodisco, maar het zelf vertellen was te pijnlijk. We zijn dan ook extra dankbaar voor hun moed en dat beide toch aanwezig wilden zijn tijdens de avond.

Tot slot vertelde dhr Cor Draaijer over zijn ervaringen als jonge soldaat tijdens m.n. de politionele acties. Een te lang onderbelicht verhaal ook.

De verhalen van mw Backers en mw Creutzburg kunnen op  onze site teruggelezen worden.

Verhaal van Mw H. Ch. Backers-Wöhe (1935)

Verhaal van mw C. C. M. Creutzburg-Westplat (1924)

 

Oorlogsherinneringen van mevrouw C.C.M. Creutzburg–Westplat

Oorlogsherinneringen v.m. Nederlands-Indië tgv 15 augustus 2017

Mw Creutzburg is in 1924 geboren op Ambon als derde kind waarna nog twee kinderen kwamen. Allemaal zijn ze in verschillende steden geboren omdat vader bestuursambtenaar was en ze dus voortdurend verhuisden. Ze was 15 toen haar vader in 1940 overleed aan dysenterie. Op haar 12e was ze naar een meisjesinternaat gestuurd waar ze op haar 17e eindexamen deed. Ze kwam weer thuis wonen in Batavia. Het huishouden werd gerund door een hoofd huishouding en 6 bedienden. Ze sprak eigenlijk nooit Maleis, alle bedienden spraken Nederlands. Ze is opgegroeid in grote welstand.

Vlak na haar eindexamen, in december 1941, viel de bom op Pearl Harbour. Toen was duidelijk dat de Jappen zouden komen. Het Nederlandse bestuur liet alle eten in putten gooien met ongebluste kalk erop zodat de Jappen niets te eten zouden vinden. Maar dat bleek een misrekening: de eigen bevolking kreeg te lijden van hongersnood. Op 6 maart 1942 werd het gezin geëvacueerd en ze werden ondergebracht met vier andere gezinnen in een enorm groot huis van rijke Chinezen, die net als veel andere Chinezen hun huis openstelden voor de opvang van evacuees. De Chinezen gaven ze ook te eten. 2 dagen later, op 8 maart kwamen de Jappen. Eerst hun stoottroepen die bestonden uit Koreanen, heel angstaanjagend. Ze stampten toen ze binnenmarcheerden en zagen er raar uit. Alle huizen moesten open zijn zodat de Jappen dag en nacht binnen konden komen om te controleren. Alle Nederlandse uitingen waren absoluut verboden, er moest een Japanse vlag uithangen. Alle mannen werden meteen geïnterneerd en in Batavia kwamen ze in de Glodok-gevangenis. Haar twee oudste broers waren als militair dienstplichtigen krijgsgevangen gemaakt en in het Tjimari-kamp gevangen gezet.

Zelf zaten ze in het Chinese huis; een gezin zonder vader en zonder de twee broers, en zij, als oudste nu, moest allerlei zaken regelen voor haar moeder. Ze besloten buiten de kampen te blijven en daarvoor haalde zij de nodige papieren op. De inlanders gingen steeds massaler roven – er waren veel verlaten huizen. Daarom gingen ze terug naar hun eigen huis, en dat bleek net op tijd, hun huis was nog intact. Als de Jappen de dieven te pakken kregen werden hun handen afgehakt, toch werd er steeds geroofd. Het pensioen van haar moeder werd niet meer betaald. De kerk vond dat ze in aanmerking kwamen voor de ‘bedeling’: een beetje rijst per persoon per dag. Er was nauwelijks eten meer; wat er was ging naar de Jappen, die ook zorgden voor de Duitse gezinnen, allemaal zonder vaders want die waren eind 30-ger jaren door Hitler opgeroepen om in Europa te vechten. Ze kreeg een opleiding bij de Diakonie ( Protestants, terwijl ze zelf RK was), bij de zusters Gildemeester en kon daar werken. Zo kon ze wat geld verdienen waar ze eten van kon kopen. Ze werkte eerst in de verpleging van kleine kinderen met open tbc, maar dat mocht niet meer door het besmettingsgevaar. Daarna verpleegde ze oude mensen. Dat vond ze heel naar en is er mee opgehouden. Ze vond nieuw werk: knoopsgaten maken voor een Chinese dame en kreeg 1 cent per knoopsgat. Daarvan moesten ze met zijn vieren eten, moeder, zijzelf en zusjes van 7 en 9. In 1944 werd ze aangenomen bij een leerfabriek, dat verdiende iets beter. Moeder kon niets meer dus naast haar werk moest ze het huishouden doen, dweilen, de groentetuin bewerken, koken, alles. Op weg naar werk, kerk of boodschappen werden alle vrouwen gemept, met stokken afgeranseld, als er niet goed gebogen werd. Dat was dagelijks. En lachen, die Jappen. Soms hadden ze dagenlang geen eten en leden vreselijke honger.

Na de Japanse capitulatie brak de Bersiaptijd aan. Er werd een avondklok ingesteld, na middernacht mocht je niet meer buiten zijn. Die tijd van de nationalisten, van 1945 tot 1948 was nog erger dan de Jappentijd. Zij werkte toen in het Militair Hospitaal. De verminkingen waren verschrikkelijk, afgesneden oren, neuzen, genitaliën. In het ziekenhuis kwamen de verminkte soldaten binnen, het lijkenhuis was stampvol. Haar moeder en twee zusjes werden voor hun eigen veiligheid met gewapende soldaten uit hun huis gehaald met achterlating van álles wat hen lief was. Ze werden naar het Vrijmetselaarsgebouw gebracht waar ze op matrassen op de grond sliepen. Er was geen water om zich te wassen of zelfs maar om te drinken. Omdat ze er langer moesten blijven dan een maand werd er door de Brits-Indische soldaten water aangevoerd. Daarna vertrokken moeder en zusjes naar het Kramat-kamp dat toen opvangkamp was geworden. Echt een verschrikkelijk angstige tijd, je was je leven niet zeker. In 1946 stapte ze vanwege de avondklok in een truck en daarin zat Benny Creutzburg. Ze raakten aan de praat. Zijn ouders waren in 1930 vanuit Indië naar Nederland gegaan, naar Tiel. Benny zat bij het Regiment Jagers en wilde het land van zijn ouders zien. Daar bezocht hij een neef van hem. Die neef, Constantijn, was sergeant-majoor bij de luchtmacht. Ze kwamen samen de volgende dag langs, en ze trouwde met Constantijn in 1947. In 1948 werd hun oudste zoon Walter geboren. Vlak daarna ging ze met haar man mee naar Bandoeng waar in 1949 hun tweede zoon Arnoud werd geboren. In dat jaar werd een keer gebonkt op de deur, ze keer door een kier van de luiken en zag laarzen. Ze moest wel open doen, ze waren met zijn drieën, lange haren, een rood-witte band om het hoofd. Ze namen bezit van haar huis, gingen zitten en legden hun laarzen op de lage tafel, verordonneerden koffie en ze moest Bahassa spreken. Ze hebben van alles gestolen en vervolgens moest ze knielen en hun laarzen likken. Dat deed ze om haar kinderen te sparen. Ze gingen vanwege steeds ergere dreigingen naar het Tjilitan-kamp. Daar brak in 1950 een epidemie uit waar haar zoon Arnoud aan overleed. Ëén dag na zijn begrafenis gingen zij, haar man en Walter zich melden bij de haven van Tandjoeng Priok waar ze diezelfde middag nog vertrokken met een troepentransportschip richting Nederland. Hier in Nederland zijn nog meer kinderen geboren. Voor de kinderen was het het beste dat ze naar Nederland zijn gegaan. Hier hebben ze alle 5 goede opleidingen gekregen. Ze is één keer terug geweest, maar de corruptie, het oneerlijke, altijd bezig het geld uit je zakken te kloppen, nee, hoe mooi het land ook is, ze wil niet meer terug.

Weesp, juli 2017

Opgetekend In een gesprek met Frida Bodisco Massink ter gelegenheid van 15 augustus 2017

Lees ook het Verhaal van Mw H. Ch. Backers-Wöhe (1935)

Oorlogsherinneringen van mevrouw H. Ch. Backers – Wöhe

Oorlogsherinneringen v.m. Nederlands-Indië tgv 15 augustus 2017

Mevrouw Backers is als oudste kind in 1935 geboren in een gezin waarin nog drie broers en 2 zussen kwamen tussen 1936 en 1951. Haar moeder was van Indische komaf en haar vader stamde af van een Duitser die naar Nederland-Indië vertrok en daar een Javaanse vrouw trouwde. De beide grootmoeders van mw Backers waren Javaans. Als kind van gemengde ouders mocht ze geen Maleis spreken maar uitsluitend Nederlands. Ze mocht ook niet met bedienden praten, en met sommige ooms en tantes ook niet. Toch verstond ze alles: Javaans, Soedanees etc. Ze mocht niet met andere meisjes spelen, altijd alleen. Het was een gesegregeerde wereld, gedomineerd door mannen. Vader was heel streng en perfectionistisch. Vrouwen mochten nooit wat zeggen. Haar oma’s waren volkomen zwijgzaam. Zo werd zij ook opgevoed.

Vader was mededirecteur van een machinefabriek. Hij was zoals zovelen reservist. In 1940 toen de oorlog in Europa en Nederland was uitgebroken werd hij twee maal als reservist opgeroepen tot de Jappen binnenvielen, toen werd hij gemobiliseerd. In 1941 begon ze op de lagere school en vlak daarna werd ze opeens van school weggestuurd omdat ze een Duitse naam droeg; ze werden als ‘NSB-ers’ beschouwd. Maar ze bleef les krijgen van een tante, die onderwijzeres was. Vlak na de capitulatie van Indië begin 1942 werd hij als krijgsgevangene door de Jappen naar de werkkampen in Birma gestuurd. Toen hij daar tbc kreeg werd hij naar Japan afgevoerd. Hij heeft de oorlog overleefd.

In 1942 zat het gezin dus zonder vader. Dat werd steeds onveiliger. De ‘pemuda’s’ (nationalisten) kwamen om de sleutels te eisen en ze namen het beheer van de fabriek over. Al snel was er hongersnood. Ze hadden meer last van de pemuda’s dan van de Jappen. In de Japanse tijd werden alle scholen geannexeerd om militairen onder te brengen. Zij woonden naast een kostschool. Haar moeder breidde katoenen sokken om te verkopen aan de Japanse militairen om een beetje geld te verdienen. Verder verkocht ze alles van waarde zoals juwelen om geld voor eten te hebben. Ze moesten heel ver lopen om die waardevolle spullen te verkopen. Dan moest zij, 7 jaar oud, voor de broers en zussen zorgen en koken – op houtskool. De Jappen waren erg wreed, ze hielden er dezelfde wreedheden en martelingen op na als de Gestapo, om informatie los te krijgen.

Na een tijdje werden ze naar een interneringskamp in Soekaboemi overgebracht. Oma mocht buiten de kampen blijven. In Soekaboemi kreeg ze al snel de bof en ze moest naar een ziekenhuis. Na behandeling kwam ze weer terug. Er was in het kamp ook erge honger, en haar moeder moest alle kindermonden zien te voeden. Iedereen had bepaalde corvees, zij zelf ook. En verder ging ze steeds eetbaar onkruid verzamelen, vooral portulaca. Dat is een soort postelein, dus dat onkruid nam ze mee om er soep van te koken. Maar het was niet alleen de honger, er was ook veel jaloezie en diefstal; echt alles werd onder je vandaan geroofd als je even niet oplette.

Na de capitulatie probeerden de pemuda’s iedereen die iets eetbaars op de passar of langs de weg aan de Nederlanders verkocht te vermoorden, zelfs als diegene van hun eigen volk was. De evacuatie van Soekaboemi naar eerst Buitenzorg en daarna Jakarta was een vreselijke onderneming. De Japanners brachten ze op weg, want het was veel te gevaarlijk zonder bescherming. Maar die vertrokken en werden vervangen door Gurka’s, soldaten uit noord India. En die verkrachtten waar maar kon. Dat was de angstigste tijd, vooral in Buitenzorg. Ook hier had je corvee. Je woonde als gezin op één kamer maar je moest naar buiten voor je corvees. Op een dag ging mijn moeder ergens heen en ze zag een Gurka haar moeder achtervolgen, dus zij ging snel naar haar toe. Toen kwam die Gurka achter hen tweeën aan en zij renden voor hun leven en sloten zich op, deur op slot. Toen heeft die Gurka maar een broertje verkracht. Hij heeft daar nooit over gesproken, en ze wisten het toen niet. Dat bleek pas heel veel later, in Nederland. Dit was toch de allerergste tijd, die voortdurende dreiging en angst, erger nog dan de oorlogstijd.

Europeanen mochten niets kopen, geen eten, ze moesten langzaam uitgehongerd worden. Haar vader keerde na de oorlog terug uit Japan en moest al snel meevechten met de Politionele acties. Hij was een klasgenoot van Sukarno en kende leiders uit die tijd persoonlijk.

In het kamp was er natuurlijk geen school, dus na de oorlog moesten de kinderen in ‘herstelklassen’ de ontstane achterstanden inhalen, in één schooljaar deed je de stof van twee jaren. Alles was in het Nederlands, en in 1948 werden de scholen van het ene op het andere moment Indonesisch, en mocht er geen Nederlands meer gesproken worden, geen Nederlandse lesboeken worden gebruikt. Maar er was niet meteen een Indonesisch alternatief. Ze deed op haar 16e eindexamen en wilde verpleegster worden. Maar dan mocht niet van haar vader, zoals hij zei: ”je mag niet met po’s lopen”. Ze mocht wel een secretaresseopleiding volgen.

Het werd steeds slechter. Mijn vader kon kiezen om te blijven, Kol Nasution beloofde hem goede banen. Maar hij wilde naar Nederland. Met het allerlaatste transport voor militairen naar Nederland is het gezin in 1951 weggegaan, op de H.M. Sloterdijk. In Nederland was alles zo anders; in Indië mocht je als vrouw niks, hier moést je alles zelf doen en regelen. In het pension in Blaricum moest ze zoals iedereen gaan werken om geld te verdienen. Dat kon als verpleegkundige in opleiding in het R-K Ziekenhuis in Hilversum. Daar was ze heel blij mee.

In 1958 ontmoette ze als verpleegster in Curaçao haar man, verloofden zich en trouwden in 1963. Ze gaat nog vaak terug naar Indonesië. In Indonesië wil ze altijd mensen helpen, er is zó veel armoede daar. Ze neemt altijd een contant geldbedrag mee om acuut te kunnen helpen. Hier in Nederland heeft ze veel meer kansen gekregen dan ooit in Indië mogelijk was geweest. Dus ja, het was de goede beslissing om naar Nederland te gaan.

Weesp juli/augustus 2017

Opgetekend in een gesprek met Frida Bodisco Massink ter gelegenheid van 15 augustus 2017

Lees ook het Verhaal van mw C. C. M. Creutzburg-Westplat (1924)

Meester Bouhuysavond 2017

Meester Bouhuijsavond zondag 23 april 20.00 uur 

Deze avond treedt het Jiddisj koor Hejmisj Zain op, er wordt geen lezing gehouden.  Hejmisj Zain is een gemengd koor onder leiding van dirigent Jules Bart.

Ter gelegenheid van het optreden in de Weesper Synagoge wordt ook de Mauthausen-cyclus van Mikis Theodorakis gezongen, in een Jiddische vertaling door Willy Brill. De cyclus is gebaseerd op teksten van Iakovos Kambanelis, zelf overlevende van de concentratiekampen. Verder horen Jiddische, enkele Hebreeuwse en Ladino liederen tot het repertoire.

Tijdens het concert zal mevrouw Gloria Fein een toelichting geven op de te zingen liederen.
Deze liederen heeft het koor inmiddels een aantal keren ten gehore gebracht bij diverse herdenkingen o.a. in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, in Herdenkingskamp Vught, in Kamp Amersfoort, en ook bij een grote 4-Mei Herdenking in Haarlem. 

 Zaal open: vanaf 19.30 uur

Toegang: € 10,00 inclusief koffie/thee en een drankje na afloop

Kaarten vooraf te koop bij de Weesper Boekwinkel en de Bibliotheek in Weesp of reserveer hier uw kaarten.

 

Fokje van Wijk (83) overleden

Met verdriet hebben wij kennis genomen van het overlijden van

Fokje van Wijk

Vanaf de oprichting van onze stichting in 1996 was zij zeer betrokken als vrijwilligster: als bestuurslid, als degene die de verhuur regelde en alle logistieke zaken behartigde. Totdat zij om fysieke redenen haar taken één voor één moest overdragen. Ze bleef zich nauw verbonden voelen met ‘haar’ synagoge.

 

Komende woensdag 15 maart is om 11.15 uur het officiële afscheid bij Myosotis aan de Utrechtseweg, condoleance van 10.45 tot 11.15 uur. Na afloop wordt Fokje in zeer besloten familiekring naar Almere gebracht waar ze gecremeerd wordt.

Wij hebben dan een herdenkingsbijeenkomst in de synagoge, waar ze zoveel jaar een belangrijke spil was waaromheen alles draaide. Ze heeft zich met hart en ziel op het vrijwilligerswerk gestort, betrokken als ze was met het regelen van de verhuur aan huurders, vooral kunstenaars, en alle beslommeringen die daarbij hoorden, het regelen van schoonmaken, de barbezetting enzovoort. Daarnaast is ze ook jarenlang bestuurslid geweest.

We hebben allemaal herinneringen aan haar eigen tentoonstellingen van keramisch werk in onze synagoge. Prachtige objecten, vazen, schalen en wat niet al. Verdrietig was haar laatste verkooptentoonstelling, toen ze vanwege haar snel verergerende ziekte naar een zorgomgeving moest verhuizen, waar geen ruimte was voor al haar werk. Fokje was een gouden vrijwilligster, zonder wie de eerste jaren van de synagoge in zijn huidige vorm veel moeizamer zouden zijn geweest.

 

Naast haar activiteiten voor de Synagoge was ze ook als keramiste verbonden aan de Kreatieve Groep Weesp en zette zich ook daar jarenlang voor in.
Als dank voor al haar werk kreeg Fokje zes jaar geleden de Erespeld van Weesp uitgereikt. Wij bewaren mooie, dierbare herinneringen aan haar.

Namens het bestuur van de Stichting Vrienden van de Weesper Synagoge,
Frida Bodisco Massink (voorzitter)

Afscheid

Muziek is een belangrijk onderdeel van de activiteiten in de Synagoge Weesp. Sommige muzikanten komen vaker terug, krijg je een band mee en ontmoet je vervolgens ook vaker op andere plaatsen, maar dat beginpunt blijft.

Saxofonist Tristan Da Cunha is zo’n muzikant. Hem leerde ik kennen tijdens een optreden van het Weesper Saxofoonkwartet waar Tristan onderdeel van uitmaakte, tijdens de jaarlijkse Bouhuyslezing van 2007 in de Synagoge Weesp. Als, toen nog niet zo heel lang, ‚huisfotograaf’ van de Synagoge aan mij de eer de lezing en hun optreden vast te mogen leggen. En zoals dan vaker gebeurt, ontstond er een leuk gesprek, over muziek, de Synagoge, het belang van allebei en hoe fijn het was in deze ruimte en hoe mooi hun muziek er klonk altijd. Het werd het begin van een vriendschap-op-afstand. Altijd als het Kwartet speelde probeerde ik aanwezig te zijn en wat plaatjes te maken, leuk als aandenken voor hun en voor de Synagoge.

Inmiddels zijn we 10 jaar en vele optredens (op diverse locaties, die ik trouwens niet allemaal heb bezocht hoor) verder en hoorden we het trieste nieuws dat Tristan niet meer zal komen spelen. Zijn familie, vrienden en fans, hebben deze week afscheid van hem moeten nemen. En dat afscheid was zoals Tristan zelf ook was, warm, open, nuchter, humoristisch en zeker niet in de laatste plaats muzikaal! Want dat was Tristan tot in zijn diepst; een muzikant met hart voor muziek die graag en veel speelde, overal waar men hun maar wilde horen en als hij niet speelde, was hij druk met componeren voor ‘zijn’ kwartet en zijn andere grote liefdes: familie en vrienden.

Het was bijzonder voor de laatste keer foto’s te mogen maken voor deze man en zijn familie op deze dag en getuige te zijn van de warmte en liefde die uit ieders woorden en aanwezigheid sprak.

Namens de Synagoge wens ik alle familie, vrienden en het Weesper Saxofoonkwartet veel sterkte in de tijd die nog komt. We hopen dat we nog vaak van hun muziek zullen mogen genieten, want ook al zal hij zelf niet meer kunnen spelen, in iedere noot die hij schreef voor het Kwartet horen we hem zeker terug!

IMG_2721 kopie

Dodenherdenking 2016

Bijzonder beeldmateriaal Meester Bouhuys gevonden

Voor zijn videokanaal ‘Alles wat Groeit en Boeit'(AWG&B) met archiefbeelden over Weesp stuitte Gert-Jan Jansen, kleinzoon van meester Bouhuys,  op bijzonder beeldmateriaal van zijn opa. Hierop is meester Bouhuys te zien met zijn familie tijdens Koninginnedag 1958, vlak voor zijn dood.

Meester Bouhuys is vooral bekend van zijn hulp aan de Joodse gemeenschap tijdens de WO-II. Ter ere hiervan wordt nog ieder jaar de Meester Bouhuyslezing gehouden in de Synagoge.

Dit jaar bestaat de Stichting Vrienden van de Weesper Synagoge 20 jaar en als zodanig is het ook de 20e Bouhuyslezing. Extra bijzonder daarom dat nu dit filmpje beschikbaar is gesteld.

Gert-Jan over het filmpje:

“Mijn opa mag na 58 jaar ‘gezien’ worden want er is al veel over hem  geschreven. En nu dan toch een stukje meer zichtbaar als mens. Zijn houding, beweging en de manier van roken vond ik opmerkelijk.

De filmpjes stonden op een grote filmrol van mijn andere opa, Gerrit Jansen, onderwijzer in Driemond geweest, hij filmde de opnames van A. Bouhuys. Na het overlijden van G.Jansen kwam de filmrol  terecht op het Singel 37 (het Bouhuyshuis), waar de Familie Jansen en dus ook ik geruime tijd hebben gewoond. Dit huis moest na het overlijden van mijn vader worden ontruimd, toen kwam dus de geschiedenis van twee Families tevoorschijn. Op deze rol stonden familiefilmpjes van de Familie Jansen met daartussen de Beelden van Meester Bouhuys.
In 2007 maakte ik een digitale kopie van deze  filmrol maar heb toen de exacte inhoud nooit bekeken. Dat gebeurde dit jaar 26april ’16 ‘snachts en  heb vervolgens  tot 6 uur gemonteerd en ge-upload naar mijn AWG&B Youtube kanaal.
Ik ben overigens ook te zien in de reportage want ik sta met handje vast naast mijn opa op het Binnenveer naar de optocht te kijken.
Op  beelden in de tuin op het singel zijn naast Meester Bouhuys, mijn vader (met bezem) mijn oma Bouhuys en oma Jansen te zien.
Naast dit filmmateriaal is  er ook nog steeds een rijk archief aan foto’s en brieven thuis van twee opa’s en valt er voor mij binnenkort misschien nog meer te ontdekken.”

 

 

Suzanne Rodrigues Pereira

Muzikale omlijsting: Camerata Fectionata

20e Bouhuijslezing, 28 april 20.00

 

Deze bijzondere avond komt Suzanne Rodrigues Pereira de lezing houden.

Zij is van Portugees-Joodse afkomst, geboren in Bussum en het onderwerp van de lezing is ‘Toeval bestaat niet’.
Op de foto hierboven ziet u één van de momenten van geluk en tegelijk van diepe treurigheid. Haar moeder, zit rechts van het midden bij haar promotie tot doctor in de geneeskunde. Het is september 1942…

De afgelopen jaren is haar familie onderwerp geweest van een ander promotieonderzoek, van de historicus Jaap Cohen. Daardoor zijn er veel onbekende en echt bizarre feiten en verhalen te vertellen. Onderzoek bij het Stadsarchief Amsterdam en op de  website joodsmonument.nl naar haar woonhuis aan de Nieuwe Keizersgracht en z’n voormalige bewoners, brachten ook spannende toevalligheden naar boven. Zo geeft de geschiedenis een nieuwe dimensie aan de levens van alle betrokkenen.

Een voorbeeld. Tijdens een verbouwing in haar huis, kwam achter de deur een plankje tevoorschijn waar een mezoeza achter verborgen was, een perkamenten rolletje met een tekst uit de Torah dat bij joodse families aan de deur hangt. Toen zij dit rolletje ontdekte, voelde zij hoe bang en opgejaagd deze mensen moeten zijn geweest. Deze vondst bracht een stroom emoties met zich mee.

,,Ik wist namelijk meteen van wie het was geweest, en na een zoektocht, met nieuwe ontmoetingen, verrassende verhalen en een reis naar Israël, werd er over geschreven in kranten en werd er later een tv-documentaire gemaakt waar het belang van de vondst van dit object in werd bevestigd.”

 

Donderdag 28 april -20.00uur

Toegang 7 euro, inclusief consumpties

Zaal open vanaf 19.30u

Na afloop is er gelegenheid tot napraten met een drankje.

Kaarten reserveert u hier of u kunt ze kopen bij de Weesper Boekhandel of aan de zaal.

Indië-Herdenking 2015 met voorstelling MAX305

De Indië-Herdenking in Weesp vindt dit jaar plaats rond de voorstelling MAX305. Op basis van haar vaders’ oor­logser­varin­gen gedurende de WOII in Ned­er­lands-Indië, in het Hiroshima-2b kamp in Japan, maakte Ernestine Alexandrine De Wilde de Ligny de voorstelling Max (sol­daat num­mer 305). Een ver­haal over erken­ning, keuzevri­jheid, en moed. Met prachtig tra­di­tionele ele­menten van de Indone­sis­che archipel en Indis­che cul­tuur.

Max305 legt dwarsver­ban­den met ver­halen van de na-oorlogse gen­er­atie. De voorstelling heeft een doc­u­men­tair karak­ter met his­torische feiten en algemene aspecten zoals het Indis­che Zwi­j­gen, de afwezigheid van een col­lec­tief bewustz­ijn, het kun­nen omgaan met over­lev­ingskansen. De han­delin­gen vin­den plaats bin­nen het framew­erk van psy­chol­o­gis­che extrem­iteiten. Het laat zien hoe emoties de mind­set en per­cep­tie van realiteit kun­nen beïn­vloe­den en hoe over­lev­ingskracht wordt doorgegeven aan vol­gende gen­er­aties. Hier­mee wordt ook een sig­naal afgegeven naar nu lev­ende per­cep­ties over oor­logs­geweld en de gevol­gen ervan in onze huidige samenleving.

De avond op 15 augustus begint om 20.00 met 1 minuut stilte, waarna de voorstelling zal beginnen. Hierna is ruim gelegenheid tot napraten met elkaar onder het genot van Indische lekkernijen.

Toegang gratis!

Voor meer informatie over de voorstelling kunt u terecht op www.max305.nl

Voor meer informatie over de avond kunt u bellen met 0294 415 125.