Rozjinkes

Zondag 26 april zal de Hilversumse Klezmergroep ‘Rozjinkes’ in de Synagoge optreden. Rozjinkes betekent ‘rozijnen’ en zo is hun muziek: kleinschalig en smaakvol.
Het programma zal bestaan uit melancholische en feestelijke Klezmermelodieën en Jiddische liederen.
Aanvang 15.00uur
Toegangsprijs €8,-  (kinderen t/m 16 jaar gratis)
Het belooft een geweldige middag te worden!
Kaarten reserveren kan hier.
 Over Rozjinkes

Rozjinkes bestaat sinds het voorjaar van 2005.  De leden van Rozjinkes hebben verschillende muzikale roots, van klassiek tot pop, van straatmuziek tot theater. De aantrekkingskracht van de melancholische vrolijkheid van de jiddische klezmermuziek heeft hen bij elkaar gebracht.

De naam is afgeleid van het gedicht “Rozjinkes mit mandlen”. Het gedicht (later een liedje) komt uit het toneelstuk ‘Sjoelamis’ van Avraham Goldfaden (1840-1908), een beroemde toneelschrijver en -regisseur. Het feit dat over ‘bejs-hamikdesj’ de tempel, wordt gesproken, geeft aan dat het speelt in de tijd dat de joodse Tempel in Jeruzalem er nog was, dus voor de verwoesting door de Romeinen. Naar het schijnt zingt zij over de toekomst van de joden (vandaar ook de naam Jidele: het ‘joodje’ staat voor alle joden), die later, in de ballingschap, de kost zullen moeten verdienen met handeldrijven.

Een korte geschiedenis van de Klezmer muziek voor de liefhebber

Oorsprong

De Jiddische benaming “klezmer” vindt zijn oorsprong in twee oud-hebreeuwse woorden: “kley” (werktuig) en “zemer” (musiceren). De klezmermuzikanten of klezmorim speelden/spelen vooral op bruiloften. Hier werd veel dansmuziek gespeeld (bulgars, freilachs, khossidls en shers). Typerend in de meeste klezmer is de combinatie van een lach en een traan; vaak vrolijke muziek die bij nadere beschouwing toch in een (gewijzigde) mineurtoonladder blijkt te staan. Wat niet meteen betekent dat de muziek een trieste sfeer achterlaat.

Klezmermuziek vandaag

Klezmer als aanduiding voor het muziekgenre is pas sinds de klezmerrevival in de jaren zeventig in zwang geraakt, en is heden ten dage een smeltkroes van stijlen. In de klezmermuziek zijn naast veel Balkaninvloeden (Roemeense, Bulgaarse Russische, Griekse) ook oriëntaalse en zigeunerinvloeden terug te vinden. Begin vorige eeuw zijn daar nog het jiddisch theater en weer later de jazz bij gekomen. Klezmermuziek en jiddische muziek zijn nauw met elkaar verstrengeld; de meeste teksten zoals die in klezmermuziek worden gezongen komen uit het jiddisch.

Instrumentatie

Van oudsher werden vooral snaarinstrumenten zoals de viool gebruikt, met als begeleiding contrabas, bratch en soms cymbalom Later (na ca. 1900) komt daar vooral de klarinet als melodieinstrument bij. Accordeon en piano vullen vaak de begeleiding in, soms aangevuld met drums. In hedendaagse klezmerensembles is naast de genoemde instrumenten ook vaak het nodige koper te horen (trompet, trombone, tuba). In de manier van spelen wordt de menselijke stem vaak nagebootst, die bij de jiddische muziek op karakteristieke manier ‘breekt’ (het krechts’n). Op een melodie-instrument als de viool wordt dat geïmiteerd door de snaar met een vinger tussen een terts of kwart hoger even licht aan te raken. Ook worden veel glissandi toegepast.

De bovenstaande beschrijving is overgenomen uit Wikipedia. Een uitgebreide studie is te vinden op de site van het Klezmertrio Vilde Katshke.

 

In dem bejs-hamikdesj, in a winkl chejder
zitst di almone Bas-Tsion alejn.
Ir ben-jochedl Jidele wigt zi kesejder
oen zingt im tsoem sjlofn a lidele sjejn
In de tempel, in een hoekje van de kamer
zit de weduwe Bas-Tsion (= Dochter van Zion) alleen.
Haar enige zoontje Jidele (= Joodje) wiegt ze voortdurend
en ze zingt voor het slapen een mooi liedje voor hem.
Oenter Jideles wigele
sjtejt a klor-wais tsigele.
Dos tsigele iz geforn handlen,
dos vet zain dain baroef:
rozjinkes mit mandlen,
sjlof zje, Jidele, sjlof.
Onder Jideles wiegje
staat een helderwit geitje.
Het geitje ging uit handelen,
dat wordt jouw beroep:
rozijntjes met amandelen,
slaap maar, Jidele, slaap.